Vruchtenduifprofiel

Lilakapjufferduif (Ptilinopus coronulatus)

Lilakapjufferduif (Ptilinopus coronulatus)

Soort in één oogopslag

De lilakapjufferduif (Ptilinopus coronulatus) is een kleine, overwegend groene vruchtduif van Nieuw-Guinea met een violetroze kruin en geelachtige veerpartijen. Vijf ondersoorten bewonen verschillende delen van Nieuw-Guinea en enkele omliggende eilanden. Het bestand binnen het Europese Vruchtduivenproject geldt als veiliggesteld.

Verspreiding
Laaglandgebieden van Nieuw-Guinea, plus Salawati, Yapen en de Aru-eilanden.
Grootte / kenmerken
ca. 18–21 cm | overwegend groen verenkleed, violetroze kruin en geelachtige borst-, buik- en onderstaartdelen | geslachten gelijkend, vrouwtje vaak iets matter
Status
Projectbestand veiliggesteld

Beschrijving

De lilakapjufferduif is goed herkenbaar aan de violette tot roze kruinvlek. Het overige verenkleed is hoofdzakelijk groen, met geelachtige delen aan borst, buik en onderstaart; vrouwtjes zijn vaak iets matter. De soort komt voor in laaglandgebieden van Nieuw-Guinea en op verschillende omliggende eilanden. Er worden vijf ondersoorten erkend. Bij vruchtdragende bomen kan zij samen met andere vruchtduivensoorten foerageren. Het veiliggestelde projectbestand biedt een goede basis voor langdurige registratie van lijnen, kweekresultaten en ervaringen uit de huisvesting.

Profiel & korte gegevens van Lilakapjufferduif

Nederlandse naamLilakapjufferduif
Duitse naamVeilchenkappen-Fruchttaube
Wetenschappelijke naamPtilinopus coronulatus
GeslachtPtilinopus
CategoriePtilinopus - jufferduiven
VerspreidingLaaglandgebieden van Nieuw-Guinea, plus Salawati, Yapen en de Aru-eilanden.
OndersoortenPtilinopus c. coronulatus – zuidelijk Nieuw-Guinea en de Aru-eilanden | P. c. trigeminus – westelijk Vogelkop en Salawati | P. c. geminus – noordwestelijk Nieuw-Guinea en Yapen | P. c. quadrigeminus – noordelijk Nieuw-Guinea | P. c. huonensis – noordoostelijk Nieuw-Guinea.
Grootte / kenmerkenca. 18–21 cm | overwegend groen verenkleed, violetroze kruin en geelachtige borst-, buik- en onderstaartdelen | geslachten gelijkend, vrouwtje vaak iets matter
StatusProjectbestand veiliggesteld

Leefgebied en natuurlijk verspreidingsgebied

Laagland- en galerijbos, bosranden, dichte secundaire begroeiing en boomrijke overgangszones.

Voeding binnen het Europese Vruchtduivenproject

De soort eet hoofdzakelijk kleine vruchten, bessen en vijgen die in bomen en struiken worden opgenomen. In menselijke zorg moet een gevarieerd aanbod passend kleine vruchten worden gecombineerd met uitgebalanceerd aanvullend voer voor frugivore duiven. Meerdere voerplaatsen vergemakkelijken de huisvesting van kleine groepen.

Houderij binnen het Europese Vruchtduivenproject

Deze kleine en beweeglijke soort heeft een ruime, dicht beplante en permanent vorstvrije volière nodig met korte vrije vliegroutes, fijne zitstokken en beschermde terugtrekmogelijkheden. Rustige verzorging, visuele afscherming en meerdere voerplaatsen beperken stress en concurrentie.

Kweek en nakweek

Bied goed beschutte, hoog geplaatste nestmandjes of kleine platforms met fijn takmateriaal aan. Onnodige nestcontroles moeten worden vermeden. Bij het veiliggestelde projectbestand moeten paarvorming, eileg, uitkomst, opfok en afstamming volledig geregistreerd blijven.

Ondersoorten en systematiek

Ptilinopus c. coronulatus – zuidelijk Nieuw-Guinea en de Aru-eilanden | P. c. trigeminus – westelijk Vogelkop en Salawati | P. c. geminus – noordwestelijk Nieuw-Guinea en Yapen | P. c. quadrigeminus – noordelijk Nieuw-Guinea | P. c. huonensis – noordoostelijk Nieuw-Guinea.

Bijzonderheden over de soort

De violetroze kruin is het opvallendste kenmerk. Bij rijke vruchtdracht kan de soort samen met andere Ptilinopus-duiven voedsel zoeken.

Beschermingsstatus

IUCNNiet bedreigd
CITESNiet vermeld
EU-soortenbeschermingNiet vermeld
Ringmaat5,0–5,5 mm

Aanvullende bronnen

Beeldverantwoording

Veilchenkappen-Fruchttaube im Zoo Berlin (© Johannes Pfleiderer)

Nach oben scrollen